Uittreksel uit een artikel in de Leeuwarder Courant- van 7 September 1974 
De laatste lichtwachter van Schokland 

Pieter Verschoor nu is geboren op 12 September 1874 in Den Helder. Toen hij bij de marine vervroegd pensioen kreeg, wilde hij best nog wat werken. Een zwager van hem, die commissaris van het loodswezen was, vertelde hem, dat hij wel een plaatsje voor hem wist "lichtwachter" op de zuidpunt van Schokland en hij aarzelde geen ogenblik. Dat was in 1915 Lichtwachter op Schokland! Nou, dat kan mooi uitkomen, dacht ik. Een rijksbetrekking nog wel. Ik had jaren gevaren en was als bootsman met weer en wind en schepen vertrouwd. Wij pakten zo gauw mogelijk onze spullen in en zo kwamen wij op het eiland. Er stond bij de vuurtoren een flinke woning met een tuin en gelegenheid om kleinvee te houden. En dat was ook wel nodig, want koeien waren er niet op het eiland en de kinderen zijn dan ook opgevoed met geitenmelk. We hadden geiten en schapen en ook veel kippen en als het water kwam opzetten en dat was bij elke harde westenwind het geval moeste;n we de dieren in veiligheid brengen. De dienstwoning stond namelijk aan de westkant en je kreeg dadelijk de volle laag.
Wat was nu het werk van een lichtwachter? Het licht bedienen en onderhouden, als er reden voor was het stormsein hijsen, de vier meter van de wal staande peilschaal controleren en de gegevens opsturen en iedere avond uitkijken, of de kustlichten langs de Zuiderzee allemaal wel brandden. Als er eentje ontbrak, werd de telefoon genomen. Een keer zwengelen was Kampen tweemaal Urk en drie keer de noordpunt van het eiland, waar lichtwachter Smit woonde. Die telefoon was gemakkelijk, maar verder liet de verbinding alles te wensen over. Die bestond namelijk uit een zeilbotter, van Rijkswaterstaat, dus zonder motor. Daarmee voer Verschoor en soms ook zijn vrouw eenmaal in de week naar Kampen om winkelwaren in te slaan.
Drinkwater werd met vaten aangevoerd, want waterleiding was er niet. En beide regenbakken lieten bij stormweer, als het eiland overstroomde vol met zout water, ze moesten worden leeggeschept en waren dan nog een hele tijd onbruikbaar.
Eenzaam was het op de zuidpunt. De drie gezinnen hadden weinig contact, de kinderen konden ook niet met andere kinderen spelen, familie of kennissen kwamen niet langs en alleen aanleggende vissers en in de zomer de rietsnijders die in het kerkje van de middelbuurt sliepen, brachten wat afwisseling. Bovendien waren de drie woonhoogten verbonden door een smal dammetje, zo smal, dat moeder Verschoor als ze met een kind over die dam moest, het aan de hand achter zich hield, voor twee personen naast elkaar was geen ruimte.
De winters waren bar en boos, vooral door het duister, de mist en niet te vergeten de storm en de hoge vloeden.Vooral de watersnood van 1916 is in herinnering blijven hangen. Het was op een dag in de winter, dat met vliegend weer de noordwester storm het water diep en hoog de Zuiderzee injoeg. Met angst en beven zag het gezin Verschoor hoe de golven in korte tijd de peilschaal kopje onder deden gaan, wat betekende, dat het water was gestegen tot ruim drie meter boven NAP. Weldra stonden toren en woning midden in het water, dat even later prompt de bijkeuken instroomde. De schapen waren al in de keuken in veiligheid gebracht en de kinderen zaten op het aanrecht en op de tafel. Vader Verschoor sjouwde in het noodweer matrassen langs de spekgladde treden van de ijzeren toren omhoog, maar tot slapen bij het vuurtorenlicht hoefde het gelukkig niet te komen. Het water kwam niet hoger, maar toch lagen zuid en midden en noord als terpjes verloren en schier verdronken in de kolkende golven, die langs de oude Zuiderzee grote schade aanrichtten, en vele doden eisten. Ja, moeder Verschoor moet ook genoemd worden.
Haar kinderen weten nog hoe moeilijk zij het op Schokland heeft gehad. Van het drukke den Helder, waar vrienden en kennissen woonden, naar de volstrekte eenzaamheid van de zuidpunt, waar ze nooit aanspraak had, Waar ze de kinderen 's winters zo goed en zo kwaad als het ging, wat onderricht moest geven, waar ze tweemaal zwanger werd, in het ziekenhuis in Kampen kreeg ze de beide kinderen, en toen voor een gezin met zeven kinderen stond, van wie er nu nog zes in leven zijn. Zij heeft het er heel moeilijk gehad, dat herinneren de dochters zich nog goed. Zware jaren waren het en er werd heel wat van haar gevraagd, ook mentaal. Zij was huismoeder, apotheker en dokter tegelijk en als haar man er niet was bijvoorbeeld, doordat plotseling opgekomen storm hem noodzaakte in Kampen te blijven moest zij zorgen, om het rode waarschuwinglicht te plaatsen en bij mist 's nachts om twee uur haar bed uit om de veren van de mistklok op te winden. Eenmaal kwam zij met haar haren tussen het raderwerk en pas toen een van de jongens haar geroep hoorde, kon zij worden verlost. Gelukkig voor haar kwam er na vijf jaar een einde aan de verbanning en toen haar man naar Stavoren werd verplaatst, waar een ruime dienstwoning het grote gezin herbergde, leefde zij helemaal op. Toen heeft zij nog goede jaren gehad. Zij overleed in 1942, drieenzestig jaar oud.Pieter Verschoor leeft nog.
Het lijkt een sprookje, zoals Schokland als eiland een sprookje uit het verleden lijkt. Maar het is waar, de laatste lichttoren wachter van Schokland leeft nog Hij hoopt zelfs op 12 september honderd jaar te worden. De familie Verschoor vindt het terecht onaangenaam, dat nog steeds het verhaal gaat, dat de laatste vuurtorenwachter van de zuidpunt de Kerk, noemden de schippers de plaats, omdat daar tot in de vorige eeuw de kerk van het verdwenen Ens stond zijn post heeft verlaten, omdat hij het in zijn eenzaamheid niet kon uithouden en hij tenslotte half gek werd. Zij vraagt zicht af, hoe dit verhaaltje toch in de wereld komt. Het wordt in Kampen verteld, maar onlangs moet ook een mijnheer op de televisie zich in die zin hebben uitgesproken. Overigens wie Piet Verschoor kende, ook in zijn Schokker tijd, zal tegen deze fantasieen wel bestand zijn. Hij had bepaald geen last van eenzaamheid en mensenschuwheid. De laatste op Schokland geboren, dat kunnen ze me nooit afnemen.
Ik ben van alle mensen de laatste, die op Schokland geboren is. Dit zegt, niet zonder voldoening, mevrouw Catharina Josian Wilhelmina Kooistra - Verschoor. Zij werd in het ziekenhuis te Kampen geboren, maar ze bedoelt te zeggen, dat er na haar nooit weer een baby op het eiland in de wieg heeft gelegen. Haar oudere zuster, Tonny, die in Haarlem woont, beaamt, dat ook zij niet kan zeggen een gelukkige jeugd te hebben gehad. Spelen met andere kinderen op Schokland was er niet bij, het was veel te gevaarlijk om het dammetje dat de zuidpunt met de Middelbuurt verbond, alleen te passeren. Had haar vader op een keer bij stormweer de nacht niet bij de familie Ten Napel moeten doorbrengen, omdat het niet mogelijk was de paar kilometer van de Middelbuurt naar zijn huis af te leggen Wij moesten als broers en zusters elkaar bezighouden. Veel omgang met de beide andere gezinnen hadden we niet. 

 

LICHTWACHTER