Uit de Leeuwarder Courant van: 17 februari 1934


Ons Friesche Land en Volk 
Het kanalenplan — Een historische week voor Friesland. — Een mooi succes. — De Noordoostpolder. —Vorm, bodemgesteldheid en scheepvaarwegen van den polder. — Scheepvaartknooppunt ten Z. van Urk voor de richtingen Amsterdam en Keteldiep. — Een leidam langs den Westpoldcrdijk? — Structuurverandering in de kustvaart. — Aansluiting bij Lemmer aan het Friesche Kanalennet. — Algemeen belang boven streekbelang.
Het eerste bericht luidde:,
“De voorzitter der Provinciale Staten deelde in de hedenmorgen gehouden zitting mee dat overeenstemming is bereikt tusschen den minister van Watorstaat en Gedeputeerde Staten inzake de gelijktijdeuge uitvoering van de kanalen Groningen - Lemmer (Stavoren) en Fonejagt -Harlingen”
Wij wensen Friesland geluk met dit succes eindelijk zal dus de zaak voortgang kunnen vinden. Eindelijk zal dus ook te water ons gewest uit zijn isolement worden verlost. Eindelijk wordt dus voor de groeiende industrie in de hoofdstad de mogelijkheid geopend dat de zeeschepen rechtstreeks vanuit zee naar haar fabrieken zullen doorvaren, om daar de producten te lossen en te laden.
Het tweede bericht echter dat de afgeloopen week bracht, achtten we voor Friesland minstens even belangrijk als heten Noordoostpolder. gewenscht. er een enkel woord aan te wijden. Temeer. daar hierbij onvermijdelijk weer de moeilijke kwestie op liet tapijt komt, welke richting het Groningsch-Friesch kanaal zal moeten krijgen naar Lemmer of naar Slavoren.
Door de regering is in deze kwestie nog geen beslissing genomen Nu echter de inpolderingswerken ongeveer gelijktijdig ter hand zullen worden genomen met die aan de kanalen nu wordt de keuze heel wat gemakkelijker. Doch hierover straks.
De vorm van den Polder is bepaald in verband met de diepte van hot IJsselmeer en de gesteldheid van de bodem. En bovendien met de aansluiting aan de bestaande kust. In tegenstelling met een vroeger plan, waarbij men zich een ringkanaal langs den Oostenlijkcn polderdijk had gedacht, sluit nu de ontworpen polder tegen de bestaande kust aan. De Kop van Overijsel watert dan af door het Stoomgemaal bij Tacozijl en het nieuwe genmaal hij Vollenhove.
Van de 44,000 hectare. dic de nieuwe polder groot wordt, zijn 26,500 hectare zware klei- tot zware zavelgronden het grootste geddeelte dus. Verder 9650 hertare lichte zavelgronden en 4000 hectare goede zandige gronden. Dus 91,3 procent goede grond,
De afvoerkanalen voor het polderwater welke naar de gemalen in het Noorden en het Zuiden zullen worden gegraven, bieden tevens gelegenheid voor scheepvaart in den polder. De kleinste van 200-300 ton die van Amsterdam, Twente of Salland komen. nemen natuurlijk eerst den veiligen weg door het hoofdkanaal in den Noordoostpolder, om bij Lemmer het groninsch-Friesche Kanaal binnen te varen. Voelt u wel lezer, dat voor deze soort schepen, welker aantal zeer waarschijnlijk in de eerstvolgende jaren sterk zal toenemen, omdat ze het voordeeligts kunnen varen, de route van het kanaal naar Lemmer de meest logisch denkbare is.
Doch ook voor de grootere schepen is dit het geval. Deze kunnen natuurlijk niet door het hoofdkanaal in den polder. Zij kunnen echter langs den Westelijken en Noordelijken polderdijk buitenom varen. daar deze route voor die schepen evenwel gevaren zou kunnen opleveren bij sterken Westen- of Noordwestenwind, omdat dan de polderdijk voor de opvarenden lagerwal beteekent. zou hot een uitermate wenselijk lijken, evenwijdig aan dezen dijk, op b.v. twee kilometer uit de kust, een langen leidam te leggen. De grootere, schepen kunnen dan oveneens veilig hun bestemming bereiken.
We kunnen intusschen niet nalaten, een vrij zeker wel duurdere, maar voor de toekomst meer afdoende oplossing aan de hand te doen. De gedachte is niet van ons, doch van niemand minder dan den bekenden professor W. F. Boerman. die van oordeel is. dat het aanbeveling verdient. den scheepvaartweg welke, den N.O.-polder recht Zuid-Noord in het midden doorsnijd tot grootscheepvaartweg te Het gaat daarbij niet alleen om de groote scheepvaart, doch ook om het vervoer van stukgoederen, om de beurtvaart. Om technische redenen nu is het niet mogelijk. dwars door onze Oostelijke provincies een grootscheepvaartweg aan te leggen ter vervanging van de Drentsche Hoofdvaart en het Noord-Willemskanaal. Daarom moet er een meer westelijke route worden gekozen, maar dan mag deze niet zonder allerdringendste redenen nog verder Westelijk worden opgeschoven. Lemmer lijkt mij de aangewezen Zuide1ijke ingangspoort voor de beide Noordelijke provinciën, welke men niet mag prijsgeven”. In de toekomst krijgen dus de groote vaarwegen over het IJselmeer hun driesprong, hun knooppunt juist bezuiden Urk.

De bovengenoemde leidam heeft dus alle reden van bestaan ter bescherming tegen Westenwind en ‘s winters tegen drijfijs eerste: zoo niet belangrijker. In de memorie van antwoord aan de Tweede Kamer om de begroting van het Zuiderzeefonds voor 1934 verklaart de minister van oordeel te zijn. dat twijfe1 aan de wil van de regering om do inpolderingen in het IJsselmeer voort te zetten. niet gerechtvaardigd is. Zij meent, dat thans het oogenblik gekomen is, om de Noordoostelijke inpoldering ter hand te nemen. Zij heeft daartoe een memoriepost op de begroting geplaatst en zal zoodra het nieuwe orgaan, waaraan de inpolderingsarbeid zal worden toevertrouwd in werking is getreden, met de verdere voorbereiding voortgaan en zoo mogelijk nog in dit jaar een begin maken met de uitvoering.

Deze inpolderingswerken zijn niet in hoofdzaak bedoeld als het verschaffen van werkgelegenheid. Voorop staat, dat de werken van voldoende nut zijn, Bovendien kan de regenring niet instemmen met het oordeel van sommigen, dat inpoldering van den Zuidwestpolder de voorkeur verdient hoven die van den Noordoostpolder.

Zie, lezer: inderdaad achten we dit bericht nog belangrijker dan het eerste. En wel om deze reden. dat voor het Zuiden van onze Provincie, dat tot aan de afsluiting der Zuiderzee een zekere mate van welvaart genoot. als gevolg van een bloeiend visscherijbedrijf en zijn neven bedrijven, een welvaart, die thans grotendeels is verdwenen, nu een nieuwe bestaansmogelijkheid wordt geopend, wanneer het nieuwe achterland gereed is.

Het lijkt ons in dit stadium der zaak waar velen nog in meerdere of mindere, onwetendheid verkeeren betreffende Deze scheepvaart nu dient aan te sluiten op die in het omringende gebied. Het kan dus niet anders dan in het Noorden zal een verbinding moeten tot stand kornen bij Lemmer met ons Friesche Kanalennet. In het Zuiden, ten Zuidoosten van Urk (welk eiland aan het vasteland wordt getrokken). komt een uitgang naar het IJselmeer en de mond van het Keteldiep, terwijl verder kanalen worden ontworpen vanuit het hoofdkanaal naar Blokzijl en naar het Zwolsche Diep.

De hoofdscheepvaartweg in den polder zal dus uitgaan van Lemmer. De capaciteit van dit kanaal zal zoo zijn dat het bevaarbaar is voor 200-300 tonners. Een feit van groote betekenis, gezien de opmerkelijke structuurverandering, welke zich den laatsten tijd in de kleine zeevaart de z.g. kustvaart voltrekt.

In de Provincie Groningen worden in toenemende mate kustvaarders van 200-700 ton laadvermogen gebouwd. Deze schepen zijn in staat, om diep in het land op de verlaadplaatsengoederen in te nemen en ze op de bestemmingsplaatsen te lossen. Deze scheepjes kunnen alle getijhavens binnenloopen en zullen zeer waarschijnlijk grote veranderingen teweeg brengen in de positie der z.g. overslaghavens, zoals Harlingen en Delfzijl. Deze schepen varen thans bnitenom over de Zuiderzee en de Wadden. Komt het grootste scheepvaartkanaaal Groningen- IJselmeer gereed, dan zullen ze geen grooter risico nemen dan noodig is en den weg door dit kanaal kiezen. bevorderen hoewel hij niet blind is voor dc bezwaren. zoals polderpijl: boezempeil; schutsluizen e. a.. die dit grotere kanaal zal meebrengen.

Welke oplossing men echter ook aan de hand doet, alle wijzen ze op de richting Lemmer. Daar komt nog iets bij. De regering is niet voornemens, het bij de drooglegging van den N.O.-polder te laten. Wat de voorbereiding van de Zuidelijke polders betreft. deelt zij mee. dat het in het voornemen ligt. deze inpoldring reeds aanstonds in studie te doen nemen, omdat, wanneer t,z.t. daaromtrent een beslissing moet worden genomen de plannen zover zijn voorbereid. dat aan de beslissing niets meer in den weg staat.

Tusschen deze beide Zuidelijke polders nu zal zeer waarschijnlijk het groote Lelykanaal worden gegraven, een groot scheepvaartkanaal voor de route van Amsterdam naar liet Noorden. Het kanaal Zuid-Noord door den N.O.-polder ligt zuiver in het verlengde hiervan. Wordt dit dus ook geschikt gemaakt voor 1000-2000 tonners, dan is de weg Amsterdam - Lemmer - Groningen - Delfzijl de kortste en de veiligste voor de groote scheepvaart en de kleine kustvaart beide.

Men dient er bovendien rekening mee te houden. zegt professor Boerman dat het Noorden niet alleen met Amsterdam, doch ook met de overige delen des lands in verbinding moet staan; met den Gelderschen IJsel en aldus met Twenthe, met den Duitshen Rijn, met het Zuid-Liniburge kolengebied. In het belang van Friesland, in het belang van het geheele Noorden, ja. in dat van het geheele land hebben wij gemeend, nu het ernst begint te worden met de droogleggingsplannen, op bovengenoemde gronden te moeten aantoonen. dat de meest logische en de meest economische oplossing van het Kanalenprobleem is, de route over Lemmer te kiezen. Friesland dient te begrijpen, dat dit groote belang verre uitgaat boven kleine, dikwijs vermeende streekbelangen.

  OBSERVATOR.